De energietransitie, woningbouw en andere maatschappelijke opgaven maken de ruimtelijke puzzel in Nederland steeds ingewikkelder. De ruimte is beperkt, terwijl boven én onder de grond steeds meer moet gebeuren. De kabels en leidingen die door de ondergrond lopen zijn daardoor niet langer alleen een technische uitvoeringskwestie.
Precies daarvoor is er het samenwerkingsverband Kabels & Leidingen onder de Omgevingswet. Daarin pakken overheden, netbeheerders en uitvoerders die vraagstukken in samenhang op. Samen onderzoeken ze hoe ze de instrumenten van de Omgevingswet beter kunnen benutten voor de ruimtelijke inpassing van kabels, leidingen en transformatorhuisjes. Eva Tannehill, strategisch adviseur bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, is vanaf het begin bij het samenwerkingsverband betrokken.
Eva’s oproep: “Neem kabels en leidingen eerder mee in de ruimtelijke agenda.” In de praktijk gebeurt dat namelijk nog lang niet overal. Gemeenten gaan verschillend om met vergunningen en meldingen voor kabels, leidingen en transformatorhuisjes. Ook hebben deze voorzieningen nog niet overal een duidelijke of integrale plek in omgevingsvisies, programma’s en omgevingsplannen. Dat leidt tot knelpunten voor netbeheerders.
Een kabel stopt niet bij de gemeentegrens
Dat het samenwerkingsverband nodig was, bleek uit signalen van partijen die bezig zijn met de energietransitie. Een kabel stopt namelijk niet bij de gemeentegrens, terwijl regels, procedures en ruimtelijke keuzes dat vaak wel doen. De vraag is dus niet alleen hoe gemeenten een vergunning of melding voor kabels en leidingen beter kunnen regelen. Er speelde iets fundamentelers: vaak komen verschillende ontwikkelingen bij elkaar die gemeentegrenzen overstijgen.
Eva: “Er is een nieuwe Omgevingswet en een nieuw DSO, grote maatschappelijke opgaven zoals de energietransitie én een uitvoeringspraktijk met veel betrokken partijen. Het is een periode waarin onder andere gemeenten veel ruimtelijke keuzes maken en verwerken in nieuwe instrumenten onder de Omgevingswet. Het momentum is er dus om deze vraagstukken juist nu integraal op te pakken.”
De uitvoering begint bij je strategie
Volgens Eva moeten gemeenten keuzes over kabels en leidingen eerder maken. Vooral vanwege de energietransitie, woningbouw en de druk op de beschikbare ruimte. Wie pas bij de uitvoering ontdekt dat er geen ruimte is voor een kabeltracé of transformatorhuisje is al te laat.
Gelukkig biedt de Omgevingswet instrumenten om daar al eerder over na te denken, zoals de omgevingsvisie, een programma en het omgevingsplan. Juist in de beleidsfase kan een gemeente al rekening houden met wat later boven en onder de grond nodig is.
Maar hoe gemeenten de instrumenten uit de Omgevingswet voor kabels en leidingen het beste kunnen gebruiken, is nog niet overal duidelijk. Ook moeten gemeenten de stap van beleid naar regels en uitvoering maken. Daarbij spelen onder meer juridische regels, data, informatie en dienstverlening via het Omgevingsloket een rol. Volgens Eva zit de meerwaarde juist in samenhang brengen tussen die onderdelen.
‘Eerst scherp krijgen wat er speelt’
Eva vertelt: “Eerst wilden we weten wat hier nu eigenlijk aan de hand is. Het vertrekpunt was niet: jij hebt deze verantwoordelijkheid, jij gaat daarover en jij beslist hierover. Die verantwoordelijkheden zijn er wel, maar door ze niet meteen voorop te zetten ontstond ruimte om eerst gezamenlijk naar het probleem te kijken.”
Inmiddels werken gemeenten, provincies, netbeheerders, waterschappen, adviesbureaus en andere partijen regelmatig samen in verschillende werkgroepen.
Die werkgroepen kijken bijvoorbeeld naar de plek van kabels en leidingen in omgevingsvisies, programma’s en omgevingsplannen en naar het gebruik van data en informatie. Daardoor is ook beter zichtbaar geworden wat elke partij nodig heeft, waar belangen uiteenlopen en waar ze van elkaar afhankelijk zijn.
Volgens Eva maakt de manier waarop zij nu langere tijd samen aan dezelfde overkoepelende vraagstukken werken het verschil. De samenwerking is gestart vanuit een motivatie om knelpunten preventief op te lossen. Bij die oplossingen is iedereen gebaat.
Hulpmiddelen voor de praktijk
De samenwerking levert ook concrete producten op. Zo’n zestig mensen vanuit overheden, netbeheerders, adviesbureaus en andere betrokken organisaties werken aan hulpmiddelen voor verschillende instrumenten van de Omgevingswet en voor de digitale dienstverlening. Zo brengen zij beleidsmatige, juridische, technische en uitvoeringskennis bij elkaar.
Ze maken bijvoorbeeld een checklist voor kabels en leidingen in omgevingsvisies en programma’s, een overzicht van relevante databronnen en voorbeelden voor het gebruik van data bij besluitvorming. Ook ontwikkelen ze voorbeeldregels en werkinstructies voor het omgevingsplan, praktische toepassingstips en voorbeelden voor onder meer een BOPA en een projectbesluit.
Tijdens het maken van die hulpmiddelen blijkt soms dat de betrokken partijen eerst een fundamentelere vraag moeten beantwoorden. Zo ontstond binnen de werkgroep Omgevingsplan discussie over welke onderwerpen in het omgevingsplan thuishoren en voor welke onderwerpen een ander instrument beter past. De werkgroep neemt de uitkomsten van die discussie mee in een voorbeeld voor het omgevingsplan met praktische toepassingstips.
De proef op de som
De praktijk zal uitwijzen of de ontwikkelde hulpmiddelen werken. Ze worden de komende tijd afgerond en vervolgens getest. “We willen niet iets aanbieden wat straks niet gebruikt gaat worden of waar gemeenten en netbeheerders niks aan hebben”, zegt Eva. Ervaringen uit de praktijk kunnen vervolgens aanleiding zijn om producten aan te passen of om zichtbaar maken waar de werking van de Omgevingswet of het DSO verder kan worden verbeterd.
De eerste fase maakt ook duidelijk dat het niet alleen om hulpmiddelen gaat. Gemeenten, netbeheerders en andere partijen moeten eerder inzicht hebben in hoe hun keuzes en werkzaamheden samenhangen. Het opgebouwde netwerk zelf is daarmee al een belangrijke opbrengst.
Eva vat de werkwijze kort samen: “Beginnen met een overkoepelend vraagstuk, zoals de energietransitie of woningbouw, en van daaruit met elkaar aan de slag. Niet vanuit een verantwoordelijkheid of taak. Dat is eigenlijk de essentie van dit hele samenwerkingsverband.”
Kabels & Leidingen onder de Omgevingswet
Binnen het samenwerkingsverband Kabels & Leidingen onder de Omgevingswet werken overheden, netbeheerders, adviesbureaus en uitvoerders samen aan de vraag hoe de instrumenten van de Omgevingswet kunnen helpen bij de aanleg, het beheer en de ruimtelijke inpassing van kabels en leidingen. Daarbij gaat het om de verbinding tussen ruimtelijke keuzes, beleid, regels en uitvoering.
Dit eerste artikel begint bij het waarom: waarom moeten kabels en leidingen eerder worden meegenomen in ruimtelijke keuzes? In het volgende artikel lees je hoe partijen vanuit praktijkvragen samenwerken aan concrete producten en hulpmiddelen.
Ingezonden artikel door Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties