Meeste gemeenten op schema om warmtetransitieplan eind 2021 klaar te hebben

Ongeveer één op de vijf gemeenten in Nederland heeft op dit moment al een afgeronde en door de gemeenteraad vastgestelde transitievisie warmte. Eind 2021 zou elke gemeente zo’n plan moeten hebben, is in het Klimaatakkoord uit 2019 afgesproken. De verwachting is dat deze deadline niet overal gehaald wordt, maar dat begin 2022 alle gemeenten het document wel klaar zullen hebben, schrijft minister Ollongren aan de Tweede Kamer.

In het Klimaatakkoord is vastgelegd dat elke gemeente eind 2021 een transitievisie warmte moet hebben. Daarin moet op wijkniveau beschreven staan wanneer woningen van het aardgas af gaan, en voor de wijken die tot 2030 van het aardgas afgaan moet ook bekend zijn op welk alternatief wordt overgeschakeld. Voor het opstellen van de warmtetransitieplannen kregen gemeenten steun van het Expertise Centrum Warmte (ECW) en er was financiële steun van het rijk; alle gemeenten kregen ruim €200.000 en vorig jaar is door het rijk nog ruim €7 mln beschikbaar gesteld waarmee gemeenten externe adviseurs konden inhuren. Van die laatste regeling hebben 307 gemeenten gebruik gemaakt, schrijft minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) in een brief aan de Tweede Kamer.

In die brief geeft Ollongren, op verzoek van de Kamer zelf, een overzicht van de voortgang van de transitievisies op basis van een door de gemeenten ingevulde rapportage. Daaruit blijkt dat van de 352 gemeenten in Nederland er nu 70 een afgeronde én definitief vastgestelde transitievisie warmte hebben. In nog eens 67 gemeenten is er wel een afgeronde transitievisie, maar is deze nog niet vastgesteld door de gemeenteraad.

214 gemeenten zijn nog bezig de transitievisie te maken, en één (niet bij naam genoemde) gemeente moet er zelfs nog aan beginnen. Wel verwacht het grootste deel van deze gemeenten dat het zal lukken om het plan voor het einde van dit jaar definitief vast te stellen conform de afspraak uit het Klimaatakkoord. De gemeenten die de deadline niet verwachten te halen, denken de transitievisie wel in het eerste kwartaal van 2022 te kunnen vaststellen.

De transitievisies warmte hebben betrekking op de periode tot 2030. Niet álle woningen hoeven in dat jaar van het aardgas af te zijn. Op dit moment hebben 93 van de 352 gemeenten al concrete aantallen woningen doorgegeven aan het ministerie die zij in deze periode van het gas af willen halen. Deze 93 transitievisies tellen op tot 452.000 woningen en 11.000 andere gebouwen die tot 2030 aardgasvrij gemaakt worden. Daarnaast willen deze gemeenten 206.000 woningen en 20.000 andere gebouwen isoleren, maar nog niet aardgasvrij maken. Ollongren spreekt van “bemoedigende aantallen”.

Handelingsperspectief
Voor huiseigenaren wier woning tot 2030 nog niet via de wijkgerichte, door de gemeente gecoördineerde aanpak aardgasvrij wordt gemaakt, bieden de transitievisies volgens Ollongren ook “handelingsperspectief”. Deze groep wordt volgens de minister geadviseerd “om te isoleren tot de standaard voor woningisolatie en indien de woning zich daartoe leent een (hybride) warmtepomp aan te schaffen op het moment dat de cv-ketel aan vervanging toe is”.

Hiervoor heeft het kabinet ook budget gereserveerd: er komt €514 mln voor een nationaal isolatieprogramma en €288 mln voor hybride warmtepompen, bleek afgelopen Prinsjesdag. De minister verwacht binnenkort meer informatie te kunnen geven over de concrete uitwerking van het nationaal isolatieprogramma en de stimulering van hybride warmtepompen, schrijft zij aan de Kamer.

Bron: Energeia, 1 oktober 2021