Nederland beschikt met al zijn oppervlaktewater, afvalwater en drinkwater over een grote potentiële bron van duurzame warmte. Het benutten van warmte en koude uit water wordt aquathermie genoemd. Die energie kan, meestal met behulp van een warmtepomp, worden gebruikt voor het verwarmen en koelen van woningen en andere gebouwen. Aquathermie kan daarmee een belangrijke rol spelen in de warmtetransitie. De techniek is beschikbaar en verschillende gemeenten doen er al ervaring mee op. De uitdaging zit vooral in de stap naar grootschalige toepassing. En juist daarbij komt de ondergrond nadrukkelijk in beeld.
Bij aquathermie worden drie vormen onderscheiden: TEO, TEA en TED:
- TEO (Thermische Energie uit Oppervlaktewater) gebruikt warmte uit oppervlaktewater (bijvoorbeeld rivieren, kanalen, meren en plassen).
- TEA (Thermische Energie uit Afvalwater) wint warmte uit afvalwater (rioolwater of uit gezuiverd afvalwater van rioolwaterzuiveringsinstallaties).
- TED (Thermische Energie uit Drinkwater) maakt gebruik van warmte die beschikbaar is in drinkwater.
De temperatuur van deze bronnen is meestal niet hoog genoeg om gebouwen rechtstreeks te verwarmen. Daarom wordt de gewonnen energie met warmtepompen op een bruikbaar temperatuurniveau gebracht. Vervolgens kan de warmte via een warmtenet naar woningen en andere gebouwen worden vervoerd.
Groot theoretisch potentieel
De potentie is aanzienlijk. TEO zou theoretisch ongeveer 40 procent van de warmtevraag van gebouwen kunnen leveren. Voor TEA wordt een potentieel van circa 15 procent genoemd en voor TED 2 tot 3 procent.
De praktijk blijft daar voorlopig nog ver bij achter. Nederland kent inmiddels verschillende projecten met aquathermie, maar grootschalige toepassing komt nog relatief langzaam van de grond. Een belangrijke reden is dat niet alleen een warmtebron nodig is, maar ook een complete infrastructuur om de warmte bij de gebruiker te krijgen. En daarmee wordt aquathermie ook een kabels- en leidingenvraagstuk.
Warmtetransitie wordt steeds meer een ondergrondse opgave
Voor toepassing op wijkniveau zijn warmteleidingen, warmtewisselaars, pompinstallaties en vaak collectieve warmtepompen nodig. Die infrastructuur moet worden ingepast in een ondergrond waar ook elektriciteit, drinkwater, gas, riolering en telecom om ruimte vragen.
Tegelijkertijd zorgt de energietransitie ervoor dat juist veel van die bestaande netwerken moeten worden uitgebreid of aangepast. Elektriciteitsnetten worden verzwaard, warmtenetten worden aangelegd en in verschillende gebieden zijn werkzaamheden aan riolering, klimaatadaptatie en de openbare ruimte voorzien.
Aquathermie kan daarom niet los worden gezien van de bredere programmering van werkzaamheden in de ondergrond. Vroegtijdige afstemming tussen gemeenten, netbeheerders, waterbeheerders, warmtebedrijven en andere kabel- en leidingbeheerders wordt steeds belangrijker.
Apeldoorn: warmte uit gezuiverd afvalwater
Een voorbeeld is de Apeldoornse wijk Kerschoten. Daar wordt gewerkt aan een warmtenet dat gebruik moet gaan maken van warmte uit gezuiverd rioolwater van de rioolwaterzuiveringsinstallatie.
De wijk telt ongeveer 2.500 woningen. Het project kent een lange voorbereiding: gemeente, bewoners en andere betrokken partijen zijn al jaren met elkaar in gesprek. Na eerdere besluitvorming werd eind 2025 het definitieve investeringsbesluit genomen.
Een interessante technische keuze is het gebruik van een collectieve warmtepomp. Daardoor hoeven niet honderden individuele warmtepompen in woningen te worden geplaatst.
Dat heeft ook gevolgen voor het elektriciteitsnet. Een collectieve installatie kan efficiënter worden ingepast dan honderden afzonderlijke warmtepompen die allemaal elektriciteit vragen. Volgens de betrokken projectorganisatie zou het elektriciteitsnet in Kerschoten daardoor minder zwaar hoeven te worden uitgebreid: in plaats van twintig zouden negen extra transformatorhuisjes nodig zijn.
Niet de warmtebron, maar de infrastructuur is de uitdaging
De techniek achter aquathermie is inmiddels op verschillende plekken bewezen. De grotere uitdaging zit in de ontwikkeling van de bijbehorende warmtenetten.
Die infrastructuur is kostbaar en moet voor tientallen jaren worden aangelegd. Tegelijkertijd zijn veel partijen betrokken, moeten bewoners en vastgoedeigenaren worden meegenomen en moet fysieke ruimte worden gevonden voor leidingen en installaties.
Volgens een inventarisatie van RVO wordt momenteel gewerkt aan 151 warmtenetten, waarvan 65 gebruikmaken van aquathermie. Veel daarvan bevinden zich nog in de plan- of ontwikkelfase. Dat onderstreept dat de komende jaren niet alleen een technische, maar vooral ook een organisatorische en ruimtelijke opgave wacht.
Bron: BinnenlandsBestuur
Foto: Vereniging Nederlandse Riviergemeenten (lees ook hun artikel over aquathermie)