Telecomwet

FACTSHEET  (beknopte versie)

Laatst bijgewerkt: oktober 2013
 
Voorgeschiedenis
 
De Telecommunicatiewet (Tw) dateert al uit 1904, de Post- en Telegraafwet. De liberalisatie van de telecommarkt maakte aanpassing van de wet noodzakelijk. De laatste wijziging kwam eind 2006 tot stand, in werking getreden op 1 februari 2007. Deze wijziging betrof hoofdstuk 5 van de wet, waarin is geregeld de aanleg, instandhouding en opruiming van telecomkabels, daaronder begrepen ondersteuningswerken, schakelkasten etc: de gedoogplicht.

Met deze wetswijziging zijn de belangen van gedoogplichtigen als gemeenten en telecombedrijven evenwichtiger geregeld. GPKL heeft aan deze wijziging inhoudelijk bijgedragen.
De belangrijkste aspecten zijn hieronder toegelicht.

Liggen om niet, verleggen om niet
Niet in gebruik zijnde voorzieningen
Op het besloten deel van onze site is uitgebreide documentatie te vinden over dit dossier

 
 

TelecomwetLiggen om niet, verleggen om niet

De Tw gaat uit van het adagium ‘liggen om niet, verleggen om niet'. De gemeente moet de kabels gedogen in haar openbaar gebied, maar kan over de aanwezigheid van kabels geen precario heffen. Is de noodzaak aanwezig de kabels te verleggen of om maatregelen te nemen wegens de oprichting van gebouwen of de uitvoering van werken, dan is het telecombedrijf verplicht op zijn kosten deze werken uit te voeren.

Liggen om niet: de gedoogplicht

Artikel 5.4 regelt de gedoogplicht van de gemeente. Deze plicht houdt in dat de rechthebbende of beheerder van openbare gronden (de gemeente) de aanleg, instandhouding en opruiming van telecomkabels (inclusief ondersteuningswerken, schakelkasten e.d.) voor een openbaar elektronisch communicatienetwerk in en op deze gronden moet gedogen. Dit is een unieke inbreuk op het eigendomsrecht van de gemeente. Deze gedoogplicht geldt dan ook uitsluitend voor telecomkabels.
Omdat de aanleg, de instandhouding of verwijdering van kabels onvermijdelijk een ingreep in de openbare ruimte meebrengt, is aan de gemeente de coördinatietaak opgedragen. Deze taak is vormgegeven door een instemmingsbesluit af geven door B&W voordat het telecombedrijf met zijn werkzaamheden mag starten. Artikel 5.4 geeft aan welke voorschriften B&W aan het instemmingsbesluit kan verbinden. Ten slotte moet de gemeenteraad een telecommunicatieverordening vaststellen, waarin de procedure voor het instemmingsbesluit nader wordt geregeld.

Het GPKL en de VNG hebben gezamenlijk een modelverordening telecommunicatie met toelichting opgesteld. De laatste versie hiervan is in 2010 gepubliceerd.
In 2013 heeft GPKL samen met de VNG een integrale modelverordening k&l opgesteld - samen met “Good Practices” die in goed overleg met nutskoepels tot stand waren gekomen. In de integrale modelverordening worden zowel de netbeheerders van nutsbedrijven als de telecombeheerders “bediend”. De modelverordening telecommunicatie komt te vervallen als de integrale modelverordening k&l wordt gebruikt.

Het telecombedrijf dient aan de gemeente de schade te vergoeden veroorzaakt door de uitvoering van de werkzaamheden. De hoogte van de schadevergoeding is beperkt tot marktconforme kosten. In principe mag de gemeente zelf herstraten. (artikel 5.7 Tw)

In overleg GPKL/VNG en telecombedrijven worden periodiek herstraattarieven vastgesteld, welke worden geacht marktconform te zijn.

Verleggen om niet

Indien de gemeente een werk wil aanleggen of een gebouw oprichten en telecomkabels daarbij in de weg liggen, dient het telecombedrijf op zijn kosten maatregelen te nemen of de kabels te verleggen. De werkzaamheden dienen door of in directe opdracht door de gemeente te worden uitgevoerd en de werkzaamheden dienen een reëel risico mee te brengen dat de kabels worden beschadigd. Is dat niet het geval dan komen de kosten van verplaatsing voor rekening van de gedoogplichtige gemeente.

Met de laatste wetswijziging is een lid toegevoegd inhoudende de mogelijkheid dat op kosten van het telecombedrijf op voorhand wordt verlegd, in verband met het bouwrijp moeten opleveren door de gemeente aan een derde ten behoeve van de oprichting van gebouwen. De oprichting van het gebouw moet daarbij voldoende bepaalbaar zijn. (Artikel 5.8 Tw).

De vraag of de kosten van de te nemen maatregelen of het verleggen voor rekening van het telecombedrijf of gedoogplichtige gemeente moeten komen, wordt beantwoord door ACM (voorheen OPTA).

Niet in gebruik zijnde voorzieningen

Een belangrijk punt voor gemeenten is de problematiek van de lege ‘buizen’. Bij de liberalisatie van de telecommarkt zijn zeer veel buizen gelegd, waarvan naar schatting meer dan de helft nooit meer worden gevuld met glasvezelkabels.

De Tw heeft daar de volgende regeling voor getroffen:

  • Lege buizen gelegd vóór 1 februari 2007 moeten worden gedoogd tot 1 januari 2018, tenzij deze hinder of gevaar opleveren voor andere in de grond liggende infrastructuur. Tevens dient het telecombedrijf de aanwezigheid hiervan te melden aan B&W (artikel 20.5 tweede lid Tw).
  • Lege buizen gelegd na 1 februari 2007 moeten 10 jaar worden gedoogd. (artikel 5.2 achtste lid Tw). 
 
 
 
 
 
Terug naar top