Overijsselse gemeenten maken in twee dagen transitievisie warmte

Datum: 08 april 2019

Het is de Twentse gemeenten Losser, Tubbergen, Dinkelland en Oldenzaal gelukt binnen twee dagen een transitievisie warmte op te stellen. Zij deden dit in een zogeheten Sprintsessie Warmtetransitievisie, een experiment van het programma Nieuwe Energie Overijssel. De pilot is zo succesvol dat de organisatie deze methode over de gehele provincie uitrolt.

In de Sprintsessie Warmtetransitievisie maakten de vier gemeenten tegelijk en samen met alle relevante stakeholders, in twee dagen tijd een concept-warmtetransitievisie. Raadsleden, wethouders en woningcorporatiebestuurders woonden de sessie voor een deel bij om van te leren en om direct input te leveren. Deze werkwijze levert volgens Marleen Volkers, programmaleider energie-infrastructuur en warmte, niet alleen inhoudelijk een vrijwel complete warmtetransitievisie op, maar ook een gedeeld eigenaarschap én teamgevoel.

In het ontwerp-Klimaatakkoord is afgesproken dat alle gemeenten vóór 2021 een transitievisie warmte opstellen. Daarin staat wanneer welke wijk van het aardgas afgaat en wat de mogelijke alternatieve warmtebronnen zijn. In Overijssel werken acht partijen, waaronder netbeheerders, gemeenten, woningcorporaties en de provincie, sinds 2017 samen aan de energietransitie in het programma Nieuwe Energie Overijssel. Achterliggende filosofie daarvan is volgens Volkers dat door samen te werken makkelijker kennis en ervaringen kunnen worden uitgewisseld en verbindingen tussen partijen worden gelegd. En dat maakt weer dat versneld oplossingen worden gevonden. Die samenwerking is essentieel op alle schaalniveaus en is ook terug te zien in de sprintsessies.  

Een grote stap
Wethouder Ben Blokhuis (CDA) van Dinkelland ervaart de voordelen van deze manier van werken. ‘We hebben in twee dagen echt een grote stap gezet richting onze uiteindelijke warmtetransitievisie. Die krijgt uiterlijk in 2021 definitief haar beslag in alle gemeenten, met daarbij het uitvoeringsplan op wijk- en huisniveau om de gebouwen van het aardgas af te krijgen. Zover zijn we nog niet, maar we zijn met die tweedaagse snelkookpan wel een heel eind gekomen.’

Antwoord
Blokhuis krijgt als bestuurder vanuit de samenleving vragen over het al dan niet aanschaffen van warmtepompen en over de eventuele komst van warmtenetten. ‘Daarop hoort de gemeente tenminste een deel van een antwoord te kunnen geven’, vindt Blokhuis. ‘De conceptvisie helpt ons daarbij. Dinkelland komt voor het buitengebied al snel terecht bij warmtepompen, hybride of all electric. Die groep inwoners weet straks dus dat het verstandig is om alvast het huis te isoleren, overigens een standaardmaatregel waar iedereen al mee kan beginnen.’

In twee dagen tijd hebben de vier gemeenten met woningcorporaties, bedrijfsleven, lokale energiecoöperaties, wooncoaches, raadsleden, leveranciers van warmte, afvalverwerker en netwerkbeheerders gewerkt aan hun visies. Alle kennis zat bij elkaar op één plek. ‘De vraag hoeveel warmte een leverancier als Twence kan leveren, wordt dan snel beantwoord. Het werd ook meteen duidelijk dat het niet reëel is om iedereen op het warmtenet aan te sluiten. Specialisten en betrokkenen bestudeerden wat op welke plek met de huidige techniek mogelijk is en wat de koppelkansen zijn. Dat gebeurde op een redelijke grove schaal per kern en in de heel grote kernen per wijk.’

Energieneutraal
Het programma Nieuwe Energie Overijssel streeft naar 20 procent nieuwe energie in 2023 en een energieneutrale provincie in 2050. Door middel van de sprintsessies kunnen gemeenten samen met hun belangrijkste stakeholders snel tot een concept-warmtetransitievisie komen. ‘Hierbij kunnen de kennis en ervaring van de partners van het programma ten volle worden benut, en kunnen de ervaringen steeds opnieuw worden gebruikt’, aldus Annemieke Traag, D66-gedeputeerde bij de provincie Overijssel. ‘Samenwerken creëert groepsgevoel en gedeeld eigenaarschap en geeft energie. Door in een snelle sessie grote slagen te maken, hopen we de gemeenten direct het gevoel te geven dat ze op de goede weg zijn.’

Blokhuis ziet dat die alliantievorming zich uitbetaalt in het delen van kennis en kunde. ‘Het tweede voordeel is dat we de sessie met drie andere gemeenten samen deden. Iedereen maakt zijn eigen plan en presenteert aan het eind van dag één de resultaten aan de gehele groep. Daar plukten de anderen de volgende dag de vruchten van.’

Kleine oogjes
Dinkelland heeft nu een kaart waarop staat hoe de gemeente op dit moment denkt van het aardgas af te kunnen. Op gebiedsniveau staat aangegeven waar een warmtenet zou kunnen komen, waar inwoners hoogstwaarschijnlijk aan een warmtepomp moeten, waar mogelijkheden liggen voor restwarmte van bijvoorbeeld de rioolwaterzuivering en waar mogelijkheden zijn voor geothermie.

Blokhuis: ‘Onze ambtenaren hadden na die twee dagen kleine oogjes, ze hebben keihard gewerkt om een zo compleet mogelijk plan te bedenken. Dat geeft niet alleen veel voldoening, maar ook de nodige rust bij het uitwerken van de Regionale Energiestrategie (RES).’ De veertien Twentse gemeenten maken samen een RES, maar werken al langer samen op allerlei gebieden en wisselen veel uit.

Dinkelland heeft vrij veel buitengebied, met een innovatieve aanpak zou het best kunnen dat alle benodigde energie binnen het eigen gebied kan worden opgewekt. Andere gemeenten zijn daar niet toe in staat. Volgens Blokhuis is het doel van de RES juist dat alle gemeenten met elkaar de landelijke doelstelling willen en moeten halen. ‘Deze sprintsessies maken onderdeel uit van de totale energiestrategie. Ze geven de gemeenten nu al veel inzicht over wat wel en niet mogelijk is.’

Flink opgeschoten
Ook wethouder Evelien Zinkweg (VVD) van Oldenzaal ervoer de voordelen van de samenwerking. Daardoor is Oldenzaal flink opgeschoten met de plannen om een gasloze gemeente te worden. ‘De sprintsessie met veel partijen bij elkaar is ons heel goed bevallen. Daar waar je normaal gesproken constant op zoek moet naar partijen om antwoorden te krijgen op je vragen, konden we nu veel sneller schakelen. Ik heb in Twente al met diverse collega’s gesproken die ook duurzaamheid in de portefeuille hebben en die zijn heel nieuwsgierig naar de sprintsessie.’

Zinkweg is blij met het resultaat. Daarmee heeft het bestuur ook richting de inwoners een verhaal over de toekomstige warmtevoorziening in de wijken. Oldenzaal kent diverse wijken qua bouwjaren en het aantal woningen. Sommige wijken zijn klaar om op een warmtenet over te gaan via bijvoorbeeld geothermie. Daarvoor zijn mogelijkheden in Twente. Ook ligt er een redelijk jonge wijk die naar all electric zou kunnen. Voor de binnenstad en een iets oudere wijk wordt gedacht aan een hybride vorm van warmtevoorziening via warmtepompen aangevuld met biogas of op den duur mogelijk waterstofgas.

Energiebehoefte
‘De warmtevisie maakt duidelijk welke energiebehoefte er is en welke stappen we moeten zetten, dat helpt ons ook bij de RES’, aldus Zinkweg. ‘Nu kunnen we beter aangeven wat ons aanbod zal zijn.’ Oldenzaal heeft de regio nodig om straks in zijn energiebehoefte te kunnen voorzien. Het is een kleine gemeente van 23 vierkante kilometer met weinig buitengebied. Grootschalige opwekmiddelen als zonnepaneelweiden of windmolens zijn niet aan de orde. ‘Daarom helpen we elkaar in regionaal verband en hebben we deze pilot bewust met meer gemeenten gedaan. De afzonderlijke gemeenten hebben niet zelf alles in huis.’

Oldenzaal focust zich op geothermie, maar kijkt bij de renovatie van een zwembad ook of het mogelijk is om daar riothermie toe te passen (warmte uit het riool, red.). ‘De schets die er nu ligt, werken we verder uit. Daarbij komen we ook met een handelingsperspectief voor de inwoners, zodat ze weten welke stap ze eerst moeten zetten. Er kan qua techniek nog heel veel gebeuren en we willen onze inwoners niet op kosten jagen.’

Nieuwe Energie Overijssel ontwikkelde de sprintsessie onder meer, omdat uit gesprekken was gebleken dat gemeenten niet goed wisten hoe te beginnen met het maken van energieplannen. Ook zijn er risico’s in het realisatietraject. Het moet energetisch wel realiseerbaar zijn om alle gemeenten op een bepaald moment van het aardgas af te halen.

Jan Peters, ambassadeur energietransitie bij netbeheerder Enexis en kernpartner in Nieuwe Energie Overijssel: ‘Dankzij de sprintsessies krijgen we tijdig zicht op het totaalpakket van warmtetransitievisies van gemeenten in Overijssel. Zo kunnen we zien of de plannen matchen met de beschikbare energiebronnen. Er ligt ook een duidelijke link met de Regionale Energiestrategieën. Het geeft inzicht in de veranderingen in wijken en buurten en wat dit van de infrastructuur gaat vragen. Zo kunnen wij daar als netbeheerder tijdig op inspringen. De gemeenten hebben na de sprintsessie een resultaat in handen waar ze concreet mee aan de slag kunnen en op voort kunnen bouwen.’

Geslaagd experiment
Nieuwe Energie Overijssel vond twee resultaten belangrijk om van een geslaagd experiment te kunnen spreken: de ingrediënten voor de warmtetransitievisie en het gedeeld eigenaarschap. Wat betreft programmaleider Volkers kan het één niet zonder het ander en beide resultaten zijn in Noordoost-Twente zeker bereikt. Er liggen energiekaarten, er zijn afspraken gemaakt over concrete acties en onderzoeken die gedaan moeten worden, evenals afspraken over samenwerking. ‘We laten zien dat de energietransitie behapbaar is en dat we gaan slagen met elkaar. Voor een RES is meer nodig, maar op het onderdeel warmte gaan deze gemeenten met voldoende bagage de uitdaging aan.’

Bron: VNG magazine, 5 april 2019

Terug naar top