Hoe de roep om participatie in de energietransitie een gebrek aan leiderschap laat zien

Datum: 27 maart 2019

Bij de huidige energietransitie wordt naar de burger geluisterd. Wat dat betreft is er een sterk contrast met eerdere grote Nederlandse opgaven als de Deltawerken. Maar zonder duidelijke kaders van bovenaf getuigt de moderne drang naar participatie toch vooral van een gebrek aan leiderschap, schrijft Sven Ringelberg.

In de energietransitie gaat het steeds vaker over participatie. Met een vergrootglas zoomen we in op de burger, die exotische vogel. Want wat wil die vogel nu eigenlijk? Die vraag beantwoorden is ondertussen de full time bezigheid van een hoop adviseurs, ambtenaren en bestuurders. Gewapend met een verrekijker gaan zij aan de slag om de vogel eens goed te observeren en te luisteren naar zijn zang. Want iedere mening is natuurlijk belangrijk en mag gehoord worden.

Wat ik me echter afvraag: krijgen we niet telkens dezelfde zang te horen van dezelfde type mensen die afkomen op al die informatieavonden en brainstormsessies? Erger nog, laat die drang om ‘de burger te laten spreken' niet juist een gebrek aan leiderschap zien?

Gebrek aan regie en kaders
We bevinden ons in een uniek verwarrende situatie. Het Klimaatakkoord moet nog door de Tweede Kamer, maar de Regionale Energie Strategieën maken al wel stappen en gemeenten hebben de regie al lang in hun schoot geworpen gekregen. Een aantal gemeenten is bovendien al volop aan de slag met onder meer aardgasvrije wijkaanpakken, zonder daar echt heldere kaders bij te krijgen. Het gevolg is lokale bestuurders die zich zorgen maken, ambtenaren met beperkte steun en verwarring in de wijken.

Deze verwarring sijpelt door in de wijken en participatietrajecten. Bewoners willen het liefst eergisteren weten wat ze met hun oude CV ketel moeten doen, wanneer de gemeente langskomt met het alternatief en wat hen kost voor. Ik vraag me dus af of de keuze om in te zetten op deze wijkacties, zonder dat de landelijke kaders helder zijn, echt slim is geweest. Het contrast met eerdere grote Nederlandse uitdagingen, zoals de aardgastransitie in de jaren '60, de Deltawerken en Rivierenwerken is groot. Hier was sprake van een Rijksoverheid met regie en sterk publiek/private samenwerking. Ik weet dat het RVO met het expertisecentrum warmte hier een rol in gaat spelen, evenals provincies, maar komt dit niet wat te laat? Tot slot is die opschaling noodzakelijk om tot die benodigde kostendalingen te komen. 20 tot 40 procent, als we het Klimaatakkoord mogen geloven.

Is participatie wel noodzakelijk?
Het gebrek aan regie en kaders maakt de roep om participatie groot en vervangt hiermee het benodigde leiderschap. De energietransitie gaat echt niet wijk voor wijk gerealiseerd worden als hier geen opschaling, lerend vermogen in de wijkaanpakken en kostendalingen worden gerealiseerd. Bovendien is niets zo verwarrend als de vraag: 'wat wil u eigenlijk voor wijk met duurzaamheid?' Het veronderstelt een keuze die er niet is. Niet als we eerlijk willen blijven over de kosten, gevolgen en het feit dat wijken, gemeenten en regio's elkaars energiesystemen beïnvloeden.

Tot slot veronderstelt de hele participatiegedachte nog iets anders: mensen zouden betrokken willen worden bij deze keuze en actief mee willen doen. Dit is simpelweg niet het geval, blijkt uit de gemiddelde opkomst bij bewonersavonden. Het is een bepaalde groep mensen die actief mee wil doen en deze groep is niet representatief voor de grote meerderheid. Een groot deel van de bewoners ziet energie nog als een echte nutsvoorziening die 'geregeld' moet worden.

De zang van de klimaatvogel wordt hiermee een stuk helderder. Het is een stille zang, van de grote stille meerderheid. Als ik goed luister kan ik opmaken wat de woorden zijn: 'Kom terug als je verhaal helder is en val me vooral niet te vaak lastig.'

Bron: Stadszaken, 25 maart 2019
 

Terug naar top