Glasvezelaanleg - aanbevelingen m.b.t. overeenkomst
| 30 augustus 2011 | |
| Advies GPKL-werkgroep glasvezelaanleg | |
Gemeenten worden door glasvezelaanbieders veelal benaderd met een kant-en-klare overeenkomst voor de uitrol van glasvezel in haar grondgebied. De vraag die zich daarbij dan aandient: is die overeenkomst wel verstandig? Wat hoort er wel en niet in thuis? Zitten er adders onder het gras?
Op verzoek van haar leden, is een GPKL-werkgroep Glasvezel aan de slag gegaan om deze overeenkomsten tegen het licht te houden.
Gevolgde werkwijze
De werkgroep heeft een willekeurig voorbeeld van een concept-overeenkomst tegen het licht gehouden en artikelsgewijs van commentaar voorzien. Het voorbeeld is inhoudelijk gehandhaafd maar wel geanonimiseerd tot een basidocument. Dit basisdocument zelf is dus volstrekt ongeschikt om zo te gebruiken; het dient enkel als handvat om suggesties en aanbevelingen voor aanpassingen duidelijk te kunnen maken.
Het staat de GPKL-leden vrij om gebruik te maken van de aanbevelingen en alternatieven die door de werkgroep Glasvezel zijn aangereikt. Beide documenten staan op het besloten deel van de website in het dossier Telecom (exclusief voor leden GPKL).
Toelichting
Veel zaken die in het basisdocument waren opgenomen, zijn ook al in de Telecommunicatiewet (Tw) geregeld. Als er gebruik wordt gemaakt van een samenwerkingsovereenkomst, dan moet deze overeenkomst gezien worden als middel tot aanvulling en niet als beperking.
Het hoofddoel voor het sluiten van een samenwerkingsovereenkomst is volgens de werkgroep een goede verankering van de gemeentelijke belangen, en het b rengen van evenwicht tussen de belangen van de aanleggende partij en die van de gemeente. Het sluiten van een samenwerkingsovereenkomst wordt door gemeenten veelal ingegeven om vooruitstrevendheid te tonen op de ontwikkeling van breedbandinfrastructuur en de dienstenontwikkeling hierop. Met het ondertekenen van zo'n overeenkomst wordt dit doel echter niet vanzelfsprekend bereikt. De werkgroep concludeert dat die vooruitstrevendheid mede afhangt van de snelheid van aanleg en dat daarbij het doel (de verglazing) en de reikwijdte (de gehele stad!) niet uit het oog moet worden verloren.
In de samenwerkingsovereenkomst zullen deze zaken dus helder moeten worden vastgelegd.
| |
| terug naar overzicht | |

